Obsessie
Door: Lara van Nugteren op 3 februari 2010

Hij ligt naast haar, en blaast een plukje haar uit haar gezicht. Haar oogleden maken een knipperende beweging, maar haar ogen blijven dicht.
Zijn hand glijdt over haar wang.
Er schieten gedachten door zijn hoofd. Gedachten aan vroeger.
 
De eerste keer dat ik haar zag was in het café. Ik zag haar, en mijn adem stokte. Mijn vrienden zagen haar niet staan, maar ik zag haar schoonheid.
Het was niet zoals anders. Ik had wel vaker meisjes, die nam ik dan mee naar huis na een avondje stappen. Die hingen aan mijn lippen als ik ze iets vertelde, en ik deed dan of ik hun verhalen ook geweldig vond. Die meisjes waren voor de lol, maar dit was anders; in haar zag ik dingen waar ik anders niet eens oog voor had. Haar uitstraling fascineerde me en zorgde dat ik mijn ogen niet van haar af kon houden.
Ik zag dat ze me wel had gezien, maar ze leek niet erg geboeid.
De onbereikbaarheid...
De hele avond had ik elke beweging in de gaten gehouden. Het draaien aan haar haar, het plukken aan haar mouw, bijten op haar wang. Zij was het meest verlegen meisje van de groep.
Meisjes om haar heen probeerden wel eens mijn aandacht te trekken, ik zag ze kijken en soms wijzen, maar ik was niet geïnteresseerd.
Ik weet niet of ze door heeft gehad hoe lang ik naar haar heb gekeken, en hoe vaak ik aanstalten heb gemaakt op haar af te stappen maar toch afhaakte uit onzekerheid.Hij draait zich om op zijn rug, en kijkt naar het plafond. Hij ziet een spinnetje in zijn web, en er verschijnt een glimlach op zijn gezicht. Al die keren dat zij hem hysterisch uit zijn bed sleurde omdat er één op de wc of in de keuken zat. Op dat soort momenten voelde hij zich alsof hij een vader voor haar was, voor haar mocht zorgen. Het had hem altijd zo’n vertederd gevoel gegeven. Zij was dan echt ‘zijn meisje’.
Maar zo snel als de tevreden glimlach zijn gezicht had gesierd, wordt hij vervangen door een haast wanhopige zucht.
Hij draait zich naar haar terug, en kijkt naar haar gezicht. Haar lippen, waar een kleine opening in was verschenen, en waar af en toe de warmte van haar adem uit ontsnapt. Hij sluit zijn ogen.
 
Pas op het eind van de avond, vlak voor sluitingstijd, vond ik de moed haar aan te spreken. Mede dankzij de hoeveelheid alcohol die onderhand in mijn bloed zat.
Mijn hart ging sneller kloppen bij elke stap die ik in haar richting zette, maar nu liet ik me er niet meer door tegenhouden. Eén van haar vriendinnen fluisterde iets in haar oor, en ze draaide zich om.
Ik stond nu ongeveer een halve meter van haar af, en ik begon spijt te krijgen van het feit dat ik niet al van tevoren had bedacht wat ik zou gaan zeggen.
Ik wist niet dat je bij het simpele woord ‘hoi’ al kon stotteren, maar ik kreeg het voor elkaar. Ze lachte verlegen. “Ik ben Martin”.
Ze zei zachtjes iets terug, ik denk haar naam, maar ik kon het niet verstaan. Maar goed, dacht ik, dat komt nog wel.
Ik zag dat ze witte wijn dronk, en bestelde nog een biertje en een witte wijn.
Hoe het verder precies is gegaan weet ik niet meer, het is ook een vreemde tijd geweest, maar na een tijdje hadden we samen de grootste lol. Ze vertelde hoe belachelijk ze het overdreven flirterige gedrag van haar vriendinnen vond, en we begonnen ze te observeren en te imiteren. Ik vroeg me af waarom ik zo lang voor dat soort meisjes ben gevallen.
Aan het eind van de avond nam ik afscheid van haar. Ze vertelde me dat ze zich nog nooit zo snel op haar gemak had gevoeld bij een jongen, en tegelijkertijd kwam er een rode blos op haar wangen. Mijn adem bleef even hangen door de overdosis vlinders in mijn buik.
Ze liep weg en ik keek haar na. Ze gaf me een raar gevoel, iets stekends.
Toen ze uit mijn zicht verdwenen was voelde ik me klote en doelloos. En totaal overrompeld door deze gevoelens.
Een verkrampt gevoel in mijn vingers bracht me terug naar de realiteit. Ik keek naar mijn hand en zag dat ik een briefje vast had, nu onderhand half verfrommeld.
Een beetje verdwaasd liep ik richting huis.
Op het briefje stond haar naam en telefoonnummer.

De volgende dag heb ik haar meteen gebeld. Het gesprek liep stroef, en ik voelde een gigantische druk om zo leuk en enthousiast mogelijk over te komen. Ik kon merken dat ze het door had, want ze klonk een beetje geïrriteerd.
Zo onzeker als bij dat telefoongesprek had ik me nog nooit gevoeld. Mijn hart klopte in mijn keel en mijn wangen tintelden.
Ik mag van geluk spreken dat ik haar niet zodanig heb afgeschrikt dat ze het niet meer aandurfde nog eens met me uit te gaan. We spraken diezelfde avond nog af bij het cafeetje schuin tegenover waar ik haar de dag daarvoor had ontmoet.
Ik leek wel een vrouw die avond. Ik trok mijn beste outfit aan en deed mijn nieuwe aftershave op. Ik stond veel te lang voor de spiegel, en maakte me zelfs druk over de sokken die ik aan had. De meisjes die wel eens bleven slapen deden er nog korter over om zich klaar te maken om weer de deur uit te kunnen dan ik toen . Grappig.
Na mijn haar vijf keer in een ander model te hebben gestreken drong het tot me door hoe belachelijk ik bezig was. Ik pakte mijn fiets en racete naar het café.
Het was het café waar mijn ouders hun trouwfeest hebben gevierd. Toen mijn moeder zes jaar geleden omkwam bij een auto ongeluk sloeg mijn vader totaal door. Hij begon te drinken alsof zijn leven ervan afhing, en zegt nu nauwelijks nog een woord. Sindsdien kom ik hier bijna elke week. Het is de enige plek waar ik de liefde en het geluk kan voelen van de mensen die ik eerder nog kende als papa en mama.
Toen ik naar binnen liep zat ze al aan de bar met een colaatje. Daar waren de kriebels weer. Ik wist het zeker, ik was verliefd. Op dat meisje aan de bar, met haar nonchalante knot en drie plukjes langs haar fijne gezicht. Ik realiseerde me dat ik mijn voeten had laten staan waar ze stonden en als een debiel in de deuropening stil stond. Half struikelend zette ik de laatste stappen naar de bar. Ze glimlachte verlegen toen ze me zag, en schoof een stukje op.
Na een korte pijnlijke stilte kwam het gesprek langzaam maar zeker weer op gang.In de dagen die daarop volgden zag ik haar regelmatig, en telkens wanneer ik haar zag voelde het alsof ik haar een jaar langer kende.
Mijn leven was zo mooi geworden dat ik mijn dromen niet van de werkelijkheid kon onderscheiden.
’s Avonds praatte ik met haar, rook ik haar geur, zag ik de beginnende rimpels op haar voorhoofd, zag ik het puntje van haar tong wanneer ze sliste bij woorden als ‘sinds’ en ‘thuis’. En ’s nachts zoende ik haar met alle overtuiging in mijn lijf. Ze raakte me dan voorzichtig aan, en na een tijdje mocht ik dat ook bij haar. Als ik dan ’s ochtends wakker werd zonder haar stond ik binnen anderhalf uur weer bij het café , afwachtend of en wanneer ze binnen zou komen lopen. Ik wilde haar bij me hebben, twentyfour-seven.
Als ze dan de hele dag niet was geweest fietste ik door naar haar huis.
Ik leefde de hele dag op alleen een ontbijt. Ik voelde geen honger. Of ik had het gewoon niet.
Als ik dan voor haar huis stond durfde ik niet meer aan te bellen. Ik observeerde haar in haar dagelijkse doen en laten. Tv kijken, bellen, schrijven, heen en weer lopen voor koffie of een glaasje water, alles deed ze met een lach op haar gezicht. Het verwonderde me telkens weer, zo gelukkig als een mens kan zijn.
Je hoort vaak van mensen hoe bang ze zijn dat zij ook slachtoffer zullen worden van de gevreesde sleur die het je hele leven van je probeert te winnen, en hoe slecht ze alleen kunnen zijn. Hier had zij duidelijk geen last van. Ik wilde haar niet storen in de rust die over haar heen hing. Ik kon ook op afstand van haar houden.
Tegen elven ging ze dan meestal naar bed. Als het licht uit ging liep ik richting het raam, herhaalde ik al haar bewegingen van die dag in mijn gedachten, en fietste ik mijn lege, stille huisje weer tegemoet.

De dagen dat ze wel naar het café kwam werden zeldzamer. We praatten er niet over, maar ik wist dat ze bang was. Ze was mijn liefde en aandacht niet gewend, ze was gewend aan alleen zijn. Ze had het nooit gezegd, maar ik wist dat ze van me hield. Ze moest wel, onze liefde had geen begin, geen eind. Geen grenzen bovenal.
Onze liefde was zo zeker, dat wij in het café vaak niet eens spraken. Ze praatte meer met anderen dan met mij. Maar dat was niet erg. Ik wachtte wel. De nacht zou weer van ons zijn.
Maar nu zonderde ze zich af. Ik voelde een ruimte tussen ons ontstaan. Ik moest haar helpen, haar leren hoe lief te hebben.

Er zat denk ik een week tussen dat ik me dit realiseerde en dat ik er werk van maakte.  Ik fietste naar haar huis toe, zoals ik bijna elke avond deed, maar nu met een ander gevoel. Ik was trots en opgewonden, en ik bedacht me hoe dankbaar ze zou zijn, en hoe veel sterker onze relatie zou worden wanneer zij eenmaal weet hoe ze me zo dichtbij haar kan laten.
Dit keer belde ik wel aan. Haar rust was veranderd, er was angst voor in de plaats gekomen. Ik was verplicht haar avondrituelen te verstoren, voor haar eigen bestwil.
Ze deed de deur open. Het was alsof dit moment in slow motion werd afgespeeld. Ik zag steeds weer een stukje meer van haar lichaam. Een blote voet, haar kuit, haar witte rok net boven haar knieën, haar mollige, klassieke heupen, het buikje onder haar gele shirt, haar lieve, verwonderde gezicht.
Ze schrok, haar gezicht vertrok van spanning en angst, en ze bleef even verstijfd staan. Ik liep langs haar heen richting de woonkamer om daar te wachten tot ze een beetje van haar schrik bekomen was. Ze liep achter me aan. Ik zag haar nervositeit in het pulken aan haar nagels. Ze keek bang. Alles aan haar keek bang.
Ik kon het begrijpen. Ze wist niet wat ze moest doen met al haar gevoelens, en nu val ik haar huis binnen, de plek waar ze zich op haar gemak voelt. Maar het was de enige oplossing.
Ik moest de leiding nemen.
Ik pakte haar bij haar armen, en ze begon tegen te stribbelen. “Wat doe je? Laat me los!” haar stem sloeg over. Ik pakte haar steviger vast. Ze moest rustig worden. Ze sloeg met haar vuisten op mijn borst, en probeerde zich uit mijn greep te wrikken. Haar haar zwierde langs mijn gezicht en haar borsten werden in haar worsteling tegen mijn armen gedrukt. Bij elke schop die ze wilde geven kroop haar rok een stukje omhoog. Zelfs als ze boos was, was ze de mooiste. En meer nog dan dat haar angst me raakte, merkte ik een lichte opwinding door deze worsteling in mijn onderbuik.
Mijn vaste greep kon haar niet rustig krijgen. Ik moest iets anders verzinnen. Ik liep met haar naar de keuken en zette haar op het aanrecht. Ik zag rode plekken op haar armen, ik was te hardhandig. Ik bond haar handen en voeten met theedoeken aan de handgrepen van de keukenkastjes vast. Zo zou ze geen pijn meer hebben.
Ik keek haar in haar ogen, die ze met alle macht van mij af probeerde te houden. Ik pakte haar gezicht vast met beide handen en zoende haar.
Plots werd ik overspoeld met kriebels. Een warm gevoel kroop naar mijn hoofd en mijn kruis. Het was of ik haar voor het eerst zoende. Haar lippen voelden zachter, ook al hield ze ze stijf. Ik zag niets meer. Ik zakte in een waas van geluk.
Ik was verdoofd, ik zag niets, ik hoorde niets, ik voelde alleen nog een dwingend verlangen naar haar.
Wat ik daarna deed zou iedere buitenstaander zien als neuken. Maar het was meer. Ik had haar lief, mijn lust was ondraaglijk brandende passie, mijn handelingen waren kunst.

Na mijn orgasme leek het of ik wakker schrok. Ik zag alle kleuren grauwer dan ooit, en ik hoorde een zwak gekreun. Daar zat ze, met haar benen wijd en gescheurde kleren op het aanrecht. Alleen haar vastgebonden handen hielden haar omhoog. Ze had blauwe plekken op haar lichaam en bloed in haar gezicht. Om haar nek en haar armen waren rood-gele plekken van beknelling te zien.
Wat was er gebeurd? Wie heeft haar zo veel pijn gedaan? Heb ik dit gedaan?
Ik probeerde me het laatste half uur voor de geest te halen, maar ik kon me niets herinneren. Ik maakte haar los en tilde haar op. Ik kon het ziekenhuis niet bellen. Wat moest ik zeggen? Ik legde haar op haar bed en legde mezelf tegen haar aan.
 

Zo’n vijf weken geleden ontmoette ik hem. Ik moet eerlijk zeggen dat ik hem echt heel leuk vond. Hij keek naar me op een oprecht geïnteresseerde manier. Zo was ik nooit eerder bekeken. We hadden het heel leuk en ik heb hem mijn nummer gegeven. Normaal doe ik dat echt niet zo snel, maar iets zei me dat ik deze jongen niet uit het oog moest verliezen.
Dat stemmetje heeft me mooi verraden. Hij werd lastig, zat dagenlang alleen in het café te wachten of ik nog kwam, en ik zag hem zelfs soms voor mijn huis staan.
Bang was ik toen nog niet, ik dacht dat als ik het negeerde het vanzelf wel over zou gaan.
Maar het ging niet over, iedere dag zag ik hem wel, met die enge obsessieve blik in zijn ogen. Ik begon er rillingen van te krijgen. Ik voelde me niet meer veilig en ik had geen privacy meer. Als ik naar het café ging en met vriendinnen praatte zat hij glimlachend in mijn nek te hijgen, en af en toe mengde hij zich in gesprekken die hem geen flikker aangingen. Hij liep de hele avond, de hele week maar achter mijn kont aan.
Na een paar weken ben ik gewoon niet meer naar het café gegaan, en hing ik gordijnen voor de ramen. Ik dacht dat ik van hem af was, maar na een week stond hij ineens voor de deur. Hij had een vreemde blik in zijn ogen. Ik werd bang. Hij liep naar binnen zonder een woord te zeggen. Ik volgde hem. Ik durfde niets te zeggen of te doen, wie weet hoe gestoord hij is?
Plotseling pakte hij me bij mijn armen. Het deed pijn, hij kneep er met al zijn kracht in. Ik probeerde los te komen, maar niets had zin. Hij was te sterk.
De blik in zijn ogen was angstaanjagend, ik kon niet zien wat hij wilde. Was hij boos? Gefrustreerd?
Hij sleurde me mee naar de keuken en bond me vast.
Hij heeft me verkracht. Hardhandig verkracht.
Zijn ogen waren wazig, en zijn handen scheurden verkrampt mijn kleren uit. Hij ramde me tegen de keukenkastjes, greep naar mijn keel en kraste met zijn nagels over mijn gezicht.

Nu liggen we hier. Alles doet pijn. Zo’n pijn dat ik het nauwelijks nog voel. Hij blaast een plukje uit mijn gezicht en aait mijn wang.
Ik zou hem kunnen vermoorden, als ik de kracht nog maar had. Maar ik voel de energie uit mijn lijf stromen. Ik kan me niet bewegen. Zelfs denken is nog moeilijk. Met het laatste beetje kracht dat ik nog kan vinden waan ik me op mijn vaders schoot en hoor ik hem met zijn zware vertrouwde stem uit één van mijn kinderboeken voorlezen. Ik ruik zijn warme geur en ik voel hoe mijn wang zich tegen zijn zachte borst aan drukt. Ik voel de trilling van zijn stem door mijn hoofd heen. En zo val ik, uitgeput, langzaam weg.

Lara van Nugteren

Lara is 18 jaar en schreef dit verhaal toen ze 16 was, haar eerste korte verhaal ooit. Dankzij dit verhaal kwam ze achter haar schrijftalent. In september 2010 hoopt ze te beginnen met de theateropleiding (acteursopleiding). Lara heeft als doel om uiteindelijk over een aantal jaren een eigen boek te publiceren, en dan het liefst een thriller!



Bezoekersreacties:
Tobias (23) op 17 juni 2010:
Mooi geschreven! Ik was nogal nieuwsgierig geworden toen je hierover begon, valt me niets tegen. Kort maar krachtig idd, niets te veel niets te weinig.


oliviertje (52) op 17 april 2010:
Zeer indringende psychologische thriller. Kort en bondig geschreven.

jurriaan (22) op 12 april 2010:
heftig verhaal, ik vind het erg mooi beschreven!

Saskia (26) op 12 maart 2010:
Ook ik heb het verhaal 1 keer eerder mogen lezen, maar deze keer maakt hij nog meer indruk. De schrijfster is nu ouder en ik zie nu beter hoeveel talent ze al had toen ze 16 was.

Femke (19) op 4 februari 2010:
Prachtig Lara, om dit verhaal nog een keer zo te kunnen nalezen. Al was het in die zaal met Marloes op dat bed nog beter.. Erg leuk om je verhaal hier te lezen!!

nicolien (50) op 3 februari 2010:
Superverhaal! Ik heb het de schrijfster zelf voor horen lezen, kreeg spontaan kippevelkriebels en die voelde ik nu weer! Gezonde spanning en ben heel benieuwd naar nieuwe producties dus Lara ga zo door!!!!