|
Hoofdstuk 5 Een lange nacht
‘De klootzakken’, prevelde Anna talloze malen terwijl ze door de woonkamer ijsbeerde, haar ene vuist gebald terwijl haar andere hand nog steeds Dick’s telefoon omklemde. Ze wist niet of ze ging ontploffen van woede of imploderen van angst maar haar hoofd gonsde en haar lijf produceerde zoveel adrenaline dat ze niet stil kon staan.
Verschillende malen besloot ze de ‘BIV’ te bellen uit de contactenlijst van Dicks’ telefoon om zekerheid te hebben over de connectie tussen Boris en Dick. Om vervolgens toch weer te twijfelen omdat ze de gevolgen van die actie niet kon overzien. Ver weg in haar brein waarschuwde iets haar dat ze het voordeel van deze kennis niet mocht verspillen.
‘Boris Igorevitsj Vjazemski’. Ze zag weer voor zich hoe hij zich met een serieuze uitdrukking aan haar voorstelde, amusant misplaatst in de setting van de discotheek waar ze zelfs van haar baas nauwelijks de achternaam wist.
Het frivole beeld werd onmiddellijk verdrongen door het van afschuw vertrokken gezicht van Boris, terwijl zij de keuken dweilde en het alleen maar leek alsof de bloedplas steeds grote werd. Het leek eindeloze emmers water te kosten, voordat het water dat ze in de gootsteen kiepte, niet langer rood gekleurd water was. Boris had geprobeerd haar te laten stoppen en gezegd dat een van zijn mannen het zou doen. Ze was snikkend door blijven gaan, het zinnetje dat ze het zelf moest schoonmaken als bezwering herhalend.
Boris had twee mannen het lijk van haar vader laten ‘opruimen’, zoals hij het op een toon had gezegd alsof het om een bord met kliekjes ging na een copieuze maaltijd. Terwijl ze nog steeds snikkend de oneindige bloedplas had proberen te laten verdwijnen, had hij haar op zakelijke toon gerustgesteld dat in Nederland de politie amper naar volwassen mannen die verdwenen, zochten. Blijkbaar baseerde hij deze uitspraak op feitenkennis. Vaag herinnerde ze zich een hele serie argumenten die hij opsomde, waarvan ‘omdat ze vaak vrijwillig verdwenen’, als enige was blijven hangen.
Die blik die hij op haar had geworpen, terwijl ze alleen maar kon blijven snikken dat ze zelf de vloer moest schoonmaken, had ze nooit vergeten. De minachting, het medelijden maar ook dat vleugje angst, iets dat ze nog nooit bij hem had bespeurd. Deze blik viel echter in het niet bij de manier waarop hij haar bekeek toen ze vertelde wat er die avond was gebeurd. Haar vader die haar op kwam eisen, zoals hij altijd had gezegd dat hij recht op haar had. Ze had in korte, warrige zinnen uit proberen te leggen dat er iets bij haar was geknapt. Ze was bij zinnen gekomen, terwijl ze nog steeds op het papperig geworden lichaam had in staan te hakken.
Boris had haar daarna aangekeken alsof ze niet meer was dan een strontvlieg die het in zijn hoofd had gehaald uitgerekend op zijn bord te landen. Dat was het begin van het einde. Zij kon die blik niet vergeten en hij kon niet vergeten dat ze ‘seks met haar vader had gehad’, zoals hij het noemde, de enige keer dat hij er op terug kwam. Zijn afkeer van haar was zo groot dat hij zelfs weigerde met haar te zoenen. Ook de massief koperen asbak die ze naar zijn hoofd gooide, terwijl ze schreeuwde dat zoiets dat haar vader met haar veelvuldig had gedaan verkrachting heette, had hem niet op andere gedachten kunnen brengen.
En nu was hij terug om haar leven opnieuw zuur te maken en alsof dat niet genoeg was, deed hij dat ook nog eens samen met haar man. Waar was ze mee bezig geweest? Die belachelijke angst dat Dick haar zou minachten om haar relatie met Boris terwijl die klootzak al wist ik hoe lang contact had met Boris. En wat die twee samen deden, was dan de volgende vraag. Zaken ja, duistere zaken, dat kon niet anders.
Misschien wist Dick ook wel over haar vader en dan begreep ze er nog minder van. Ze had niks aan hem gemerkt en ze kon zich niet anders voorstellen dan dat hij er alles zou doen om ‘haar verderfelijke invloed op zijn zoon’ zoveel mogelijk te beperken.
Ze werd zich bewust van haar onophoudelijke heen en weer gemarcheer door de woonkamer, haar hand nog steeds om de palmtop geklemd. Het liefst krulde ze zich op, ergens in een hoekje waar niemand haar kon vinden maar ze wist dat dit dan ook het laatste was dat ze nog ooit zou doen. Ze moest overleven door te denken, gegevens te verzamelen en strategisch te handelen.
Zoals het er nu uitzag, had ze twee vijanden die ook nog eens samenwerkten en zou ze het heel slim moeten spelen. Tot voor kort was haar grootste zorg dat Dick de informatie uit haar verleden tegen haar zou gebruiken. Haar tweede zorg de politie. Een paar jaar geleden had ze in de krant gelezen dat moord niet meer verjaarde. Ze was koud van binnen geworden en Dick had haar een paar keer moeten vragen wat er was voordat ze weer in het hier en nu belandde. Ze had de gebeurtenis, zoals ze de moord in haar gedachten het liefst noemde, zoveel mogelijk verdrongen. Maar stiekem had ze ook afgeteld tot ze in elk geval voorbij de achttien jaar was, waarin een moord strafbaar kon worden gesteld. Op dat moment ontdekte ze dat ze al jaren naar die dag toeleefde, alsof ze na die tijd zichzelf misschien ook eindelijk mocht vergeven.
Ze had al te veel tijd verspild. Gehaast tikte ze op het scherm van de telefoon. E-mails moest ze checken, bestanden kopiëren. Ze negeerde haar intussen ijskoude voeten en snelde naar de speelkamer om de computer te starten. Terwijl ze wachtte, totdat het apparaat te gebruiken was, rommelde ze in de la en vond de usb stick, waarin het geheugenkaartje van Dicks’ telefoon zou moeten passen.
Het leek eindeloos te duren totdat de computer bruikbaar was, dus nam ze de telefoon opnieuw en tikte op de e-mail applicatie. Natuurlijk was ook deze beveiligd. Ze scande haar geheugen op een wachtwoord dat ze ooit van Dick had gehoord, maar er kwam geen enkele combinatie door. Haar intussen op dreef geraakte hersenen, lieten haar intussen weten dat het een combinatie van cijfers en letters moest zijn. Wat was voor Dick een logische combinatie? Voorletters, geboortejaar, voorletters? Andersom? Waarschijnlijk had ze maar drie mogelijkheden voordat de toegang haar voor langere tijd zou worden geweigerd. Ze moest een erg goed gevoel bij een code hebben, voordat ze deze zou invoeren.
Dan maar eerst de geheugenkaart van de telefoon kopiëren, wat dit dan ook op mocht leveren. Net toen ze de kaart uit de telefoon wilde peuteren, leek er een stroomstoot door haar hoofd te schieten die een heleboel vitale delen met elkaar verbond. Ze ging het eens helemaal anders aanpakken. Om te kunnen overleven, moest ze niet doen wat Boris of Dick van haar verwachtte, ze moest ze overtroeven.
Ze voelde een innerlijke rust, waarvan ze niet eens wist dat die bestond. Ze pakte palmtop en haalde de koffer uit de hal. Ze liep naar de garage en opende de koffer met een ferme tik van een beitel. Voor zover het nut van een cijferslot, bedacht ze grimmig, terwijl ze de laptop uit de koffer graaide. Ze haalde wat papieren er uit en controleerde alle vakken op achtergebleven spullen. Ze vond een haar onbekende sleutel, een pasje en een geheugenkaartje. Beslist interessant om verder te onderzoeken. Ze stopte alles uit de koffer samen met de palmtop in een vuilniszak en verstopte deze achter jerrycans en zakken tuinaarde.
De lege koffer nam ze mee naar de hal. Ze opende de voordeur en was blij dat ze vanaf de straat niet te zien was. Ze trippelde op haar intussen bijna bevroren voeten naar de eerste de beste struik en gooide de lege koffer er onder. Ze genoot nu al van de reactie van Dick. Boosheid, blijdschap om de ontdekking van zijn heilige koffer en dan diepe teleurstelling en opnieuw boosheid. Maar wat ze vooral hoopte, was de ontdekking van angst in zijn ogen. Dan wist ze zeker dat ze geen kostbare tijd verspilde aan het doorzoeken van de spullen. Strategisch, vilein en onverschrokken zou ze, als ze dit overleefde, in haar familiewapen laten kerven.
Ze liet de voordeur op een kier staan en liep lichtvoetig de trap op. Ze kon nog een paar uurtjes slapen en die zou ze nodig hebben ook, voor de strijd op leven en dood die niet uit kon blijven.
|