Leugens in therapie
Door: Martine Kamphuis op 30 december 2025

Martine Kamphuis specialiseerde zich na haar studie geneeskunde in de psychiatrie, met name in de behandeling van mensen met gedragsproblemen. De ervaring die zij tijdens haar werk opdoet verweeft ze in haar spannende psychologische boeken. De leugenaar is haar nieuwste thriller, waar WP (Wynona Post) weer de hoofdrol speelt. Deze thriller was het clubboek van de maand december bij De Crime Compagnie en is vanaf 6 januari in elke (online) boekhandel verkrijgbaar.

Je zou misschien verwachten dat iemand die aanklopt bij een therapeut zo eerlijk mogelijk zal zijn, zodat de geboden hulp optimaal kan zijn, maar niets is minder waar. In de spreekkamers van psychologen en psychiaters wordt veel gelogen. Uit onderzoek onder ruim 500 psychotherapie cliënten bleek dat 93 procent tenminste een keer bewust een onwaarheid vertelde. Een ander onderzoek toonde aan dat 84 procent van de cliënten regelmatig loog. 
Ooit, toen ik net aan mijn opleiding was begonnen, had dat gegeven me verbaasd. De eerste keer dat duidelijk werd dat iemand me iets op de mouw had gespeld, was ik in ieder geval geschokt en teleurgesteld. 

Nu, bijna veertig jaar later, verbaast het me niet meer als ik het gevoel krijg dat er tegen mij gelogen wordt. Het verontrust me ook niet, integendeel. Inmiddels weet ik dat de leugens in de spreekkamer een kans kunnen zijn. 
Jarenlang werkte ik met veel plezier in een kliniek voor jongeren met gedragsproblemen. Die pleegden regelmatig kleine of grotere vergrijpen en de dader lag steevast op het kerkhof. Toch gebeurde het regelmatig dat er na verloop van tijd een bekentenis kwam. Dat bleek een veel grotere waarde te hebben, dan dat wij zelf de waarheid boven tafel kregen. 

Dat sluit aan bij het advies van een van mijn oudste leermeesters, die me aanraadde om zoveel mogelijk ‘uit de pas’ te lopen. Mensen zoeken hulp vanwege patronen waarmee ze vast lopen en diezelfde patronen doen zich ook in de spreekkamer voor. Als de therapeut anders reageert dan de moeder, buurman, partner of collega van de cliënt, ontstaat er een kans om die patronen te onderzoeken. 

Dat speelde in de jongerenkliniek ook. Wanneer de staf zich niet vastberaden stortte op het ontdekken van de waarheid, ontstond er na verloop van tijd, als die toch boven tafel kwam, ruimte voor een open gesprek. Hoe had de jongere zich gevoeld, toen hij of zij loog? Schuldig? Eenzaam misschien, omdat de leugen tussen hen en de staf in kwam te staan? Of gaf de afstand die er door het gebrek aan eerlijkheid ontstond juist een gevoel van controle, van veiligheid?

Bij een eerste vermoeden dat er iets niet klopt, kom ik ook nu niet meteen in actie. Wel maak ik een mentale aantekening om er op een later moment op terug te komen. In de tussentijd wordt er vaak vanzelf al meer duidelijk, waardoor de cliënt me niet meer zomaar met een kluitje in het riet kan sturen als ik vragen ga stellen. Als de vragen uiteindelijk komen en niet beschuldigend of boos zijn, blijkt een open gesprek vaak mogelijk. Samen lukt het dan vaak om van alles te ontdekken over de motieven achter de leugen. Soms speelt schaamte een rol, of de angst om zonder een dramatisch verhaal niet interessant genoeg te zijn. Andere cliënten zijn juist bang dat de therapeut zal schrikken als ze echt open zijn, dat ze dan weggestuurd zullen worden omdat ze te lastig of moeilijk zijn.
 
Heel soms tref ik iemand voor wie het liegen een sport is, die het zonder schaamte doet om er voordeel mee te halen. Als ik die mensen in de spreekkamer tegenkom, zitten ze daar in de regel om een partner of werkgever zoet te houden, of omdat het van de rechter moet. Over die mensen – die vooral buiten spreekkamers van therapeuten te vinden zijn - een volgende keer meer… 




Martine Kamphuis

 



Bezoekersreacties:
Website Security Test