Officieel is De leugenaar deze week uitgekomen, maar het is ruim een maand geleden al bij de 900 leden van De Crime Compagnie Club op de mat gevallen. De auteurs van de clubboeken schrijven daar een kaartje bij en daar zette ik steeds een variant van de bovengenoemde vraag op. Het was de vraag die ik mezelf was gaan stellen, naarmate ik me meer en meer in het thema liegen ging verdiepen.
Er zijn onderzoeken naar de vraag hoe vaak we liegen en die blijkt lastig te beantwoorden. In studies worden in de regel gemiddelden van een tot twee leugens per dag gevonden, alleen blijkt steevast dat een klein deel van de proefpersonen verantwoordelijk is voor het grootste deel van de leugens. Die veelplegers op het gebied van liegen vormen een interessante groep mensen, zeker voor een thrillerauteur. In De leugenaar is tenminste één personage dat in die categorie valt.
Uit sommige studies blijkt dat er in bepaalde situaties veel gelogen wordt. Een eerste date is zo’n situatie, mensen zeggen dat ze single zijn terwijl dat niet het geval is, ze maken zichzelf met woorden jonger, hun baan interessanter.
Waarom liegen we? Sommige leugens worden verteld om er zelf beter van te worden, dat is bij oplichters het geval en het speelt natuurlijk ook bij de eerste date-leugens. Andere motieven om te liegen zijn het voorkomen van straf, of het vermijden van een ongemakkelijke situatie.
Er wordt ook vanuit altruïstische motieven gelogen, om de ander te sparen. Dat kan uiteenlopen van redelijk onschuldig, je kunt bijvoorbeeld als iemand vraagt wat je van haar nieuwe kapsel vindt, kiezen om niet te zeggen dat het eeuwig zonde is dat ze haar lange haren heeft afgeknipt. Dat wel zeggen, is in ieder geval op korte termijn niet zo zinvol.
Wordt het anders als datgene waar je over liegt wel consequenties zou kunnen hebben voor de besluiten van de ander? Als je iemands partner net hebt zien zoenen met de buurman en diegene vraagt wanneer je hun partner voor het laatste hebt gezien, wat zeg je dan?
In beide situaties kan je je trouwens afvragen of een eventuele leugen puur altruïstische motieven heeft. Het is hoogstwaarschijnlijk ook voor jezelf makkelijker om creatief met de werkelijkheid om te gaan.
Naarmate ik me meer verdiepte in het thema, ging ik mezelf observeren. Hoe vaag loog ik zelf eigenlijk, ofwel door de werkelijkheid te vervormen, of door iets te verzwijgen?
Het viel gelukkig nogal mee, in ieder geval haalde ik het eerder genoemde gemiddelde niet. Maar toen ik het essay ‘Lying’ van Sam Harris las, ging ik me afvragen of het toch teveel was.
Harris zegt dat het het beste is om eerlijk te zijn, omdat elke leugen, hoe klein ook, afstand tot de ander geeft. Je hoeft niet bot of tactloos te doen, maar je kunt volgens hem wel zo oprecht mogelijk zijn. Harris noemt het voorbeeld van een oude dame die haar leven lang bang was geweest voor ziekten, voor wie men verzweeg dat ze kanker had en stervende was. Het doel was om haar angst te besparen, maar volgens Harris zou dat niet werken. De vrouw zou ongetwijfeld toch merken dat er echt iets mis was en omdat haar dierbaren daar niet open over waren, zou ze de onvermijdelijke angst alleen moet dragen. Harris’ conclusie is dat er maar heel weinig situaties zijn waarin liegen de beste keuze is. Wat denk jij?