Geef het een plaats
Door: Ciska Baar op 1 januari 2011

Het is een grauwe vochtige dag in november 2010, en opnieuw raast de oorlog door haar hoofd.
Ze is steeds weer geschokt als ze, ruim tien jaar na datum, omver geblazen wordt door een bericht in de krant, of een uitzending op televisie. Deze keer is het James Blunt die voor verwarring zorgt. Zij heeft nog nooit van deze popzanger gehoord, maar spitst haar oren en zet haar ogen op scherp als ze zijn verhaal hoort. Hij beweert in een interview dat door de B.B.C is uitgezonden (en nu haar tv-scherm vervuilt) dat hij het uitbreken van de derde wereldoorlog heeft voorkomen. In zijn militaire loopbaan, tijdens de uitzending naar Kosovo in 1999 heeft hij het bevel van zijn meerderen genegeerd dat tot oorlog met de Russen zou hebben geleid.
De jonge vrouw wil zich concentreren, maar de beelden op televisie worden wazig en zij hoort nog net het woord vliegveld, voordat haar oren verstopt raken. Ze weet nu al dat het een angstige avond gaat worden wanneer ze blijft zitten. De muren van de kamer in haar flat komen op haar af. Ze staat op en is opeens woedend op de Britse officier die wel een manier heeft gevonden om zijn schuldgevoel af te kopen. Toch maakt hij haar niets wijs. Zij was zelf in Kosovo in die jaren en ze herkent als geen ander de angst, spijt en schaamte.

Zij was chauffeur en had gediend in de Vredesmacht van de V.N.
Ze had de nobele, heldhaftige taak gehad om vluchtelingen in de getroffen gebieden te beschermen. Zo was ze als kind al geweest: Ze wilde niet alleen een jongen zijn, maar een moderne Robin Hood die opkwam voor de zwakken. Eenmaal volwassen wilde ze iets van belang doen met haar leven en ze verlangde ook naar avontuur. Haar ouders waren geschokt geweest, hun enige dochter in het leger!
Ze hadden geprobeerd die keuze uit haar hoofd te praten, maar toen dat mislukte zich steeds meer van haar afgewend. Ze konden elkaar niet meer bereiken en ze wist niet wat erger was: De woede van haar vader of het lijdzame stille verwijt van haar moeder. Ze ging eigenlijk alleen nog naar huis voor haar jongere broertje, die haar in alles bewonderde.
Tijdens de opleiding ging ze vaak op stap en in het uitgaansleven waren de reacties erg zwart-wit. Ofwel het gesprek stopte onmiddellijk en men liet de soldaat staan, of er kwamen de nieuwsgierige vragen hoe ze het als vrouw uithield in die mannenwereld. Ze zei dan maar niet dat ze juist heel erg veranderd was. Dat ze geen jongen meer wilde zijn, omdat ze in dienst en wanneer ze haar uniform verwisselde voor vrijetijdskleding, zich meer vrouw voelde dan ooit. Ze had er een stel broers bij gekregen die haar namen zoals ze was. Ze hoefde van hen niet stoer te zijn.
Later in Kosovo voelde ze steeds meer dat de mannen en vrouwen elkaar aanvulden. Dat de jongens sterker waren, maar dat de vrouwen beter konden organiseren. Ook raakte de laatste groep niet zo vlug in paniek en dat werkte dan weer kalmerend op de rest.

De verwarde vrouw neemt het besluit om uit te gaan.
Ze wil het gevoel niet toelaten dat ze enorm veranderd is en haar ouders en broertje kwijt is. Want ook haar broer heeft ze weggejaagd met haar cynische houding. Zij weet niet eens meer de aanleiding van die vreselijk domme ruzie die ze gemaakt hebben. Wel weet ze dat ze allebei koppig zijn en niet willen toegeven dat ze naar elkaar verlangen. Ze mist hem enorm, maar weet niet meer hoe ze vroeger praatten. Ze laat zich niet tegenhouden door het slechte weer en fietst naar de stad. Een kwartier later staat ze aan de bar van het café waar ze de laatste tijd vaker komt. Het is er druk en de muziek uit de boxen is oorverdovend. Ze bestelt bier, krimpt in elkaar wanneer ze het nummer Radio Gaga van Queen hoort, en zit onmiddellijk achter het stuur van haar truck.

Je moest van goeden huize komen wanneer je in het donker het voertuig op de slechte weg kon houden. De jongens zongen keihard mee met de radiomuziek, om hun angst niet te voelen en zeker niet toe te laten. Het leek zo alsof ze niet op patrouille gingen, maar naar een dolle fuif met emmers vol drank.

Een lange teug van het ijskoude bier zet haar weer terug in de kroeg en ze ziet Michelle op zich af komen. Ze heeft twee namen: Overdag vaak Michael en ’s avonds en ’s nachts Michelle. Zij is een prachtige travestiet, omdat ze als halfbloed Indonesiër een natuurlijke gratie bezit. Ze heeft geen pruik op en draagt haar lange zwarte haar in een wrong. Haar gave, gladde huid maakt menig vrouw jaloers. Haar kleding is exotisch en de make-up niet eens overdreven. Ze weet niet of ze deze keer wel met haar praten wil, omdat ze zich zo kwetsbaar voelt.
Alsof ze het weet, Michelle zegt niets en gaat op een kruk zitten. Een oudere man naast haar staat op en verdwijnt. Zij draait zich om en zegt nu: “Kom hier zitten schat, die ouwe is bang van me.”
Haar donkere stem en de woorden doen iets met de jonge vrouw, en ze gaat vlug zitten. Ze kijkt in de opgemaakte zachte ogen van Michelle en is verbijsterd. Sinds lang voelt ze iets van een zachte emotie die haar week maakt. Er wordt een voorzichtige bres geslagen in haar woedepantser. Ze moet oppassen, want zachtheid betekent verdriet en daar zit ze niet op te wachten. Maar het gaat wonderbaarlijk goed. Ze praten, drinken en zij is geboeid door de lage, lieve stem die allerlei onderwerpen aansnijdt, maar niet veel over zichzelf loslaat. De travestiet heeft gevoel voor humor en de jonge vrouw hoort zichzelf grinniken en zelfs hardop lachen.
Het is bevrijdend!
Hoe lang is het geleden dat ze zich zo ontspannen heeft gevoeld?
Ze wisselen ideeën uit over muziek, mode en dezelfde boeken die ze hebben gelezen. Ze beseft opeens dat ze zo praatte toen ze jong was, maar zo oud is ze toch nog niet?
Ze vergeet alles en dompelt zich in een warm bad van herkenning en begrip. Maar wanneer ze uren later in bed ligt, weet ze dat ze te overmoedig is geweest. Ze wordt bang en probeert aan haar broer te denken en aan het besluit dat ze in de kroeg heeft genomen: Ze zal naar hem toegaan, met hem praten en misschien kunnen ze weer lachen net als vroeger.
Maar de nacht is als zo vaak een bedreigend dier dat haar berooft van al haar kracht.

Zij had natuurlijk onterecht op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis vertoefd. Zij hoorde niet tussen verwarde, depressieve patiënten, en ze was er vast van overtuigd dat het normaal was geweest dat ze die kerel in de kroeg had mishandeld. Hij had zijn bek moeten houden over het slappe, Nederlandse leger dat de Moslimvrouwen en kinderen in de steek had gelaten en de dood ingestuurd. Men had haar met een paar man moeten overmeesteren. Haar bovenlip was daarbij gescheurd, en nadat ze op de eerste hulp was behandeld, was ze opnieuw razend geworden. Toen had die feeks van een verpleegkundige haar plat gespoten en laten afvoeren naar de gekkenhoek van het ziekenhuis.
En daar was een vervreemding ontstaan die haar van de hele wereld verwijderde. Ze voelde zich misleid, belazerd en door iedereen in de steek gelaten. De wanhopige jonge vrouw werd een heel klein kind dat hunkerde naar aanraking en troost, maar tegelijkertijd wist dat niemand die kon geven. Ze hoorde dat ze voor haar ontslag uit het leger nooit haar handtekening had moeten zetten onder een verklaring dat ze kerngezond was. Maar toen was ze toch in orde geweest en had zelfs een baantje gekregen bij een busmaatschappij. Het was wel voor korte duur, maar toch…
Ze kon daarna de wisselende baantjes meestal een paar maanden volhouden.
Er was op die vrolijk versierde afdeling van het stadsziekenhuis een gezwel in haar borst gaan groeien. Het duurde niet zo lang voordat ze besefte dat het schuld was wat daar woekerde. En dit gevoel was veel erger dan het verlangen naar streling en koestering. Ze kon niet meer negeren dat ze een verkeerde keuze had gemaakt en tot nu toe niets met haar leven had gedaan. Zij had ook de fut verloren om aan iets nieuws te beginnen, omdat de psychiater had gezegd dat ze Kosovo haar leven lang bij zich zou dragen.
“Geef het een plaats,” had de man gezegd en ze had hem enkel vermoeid aangekeken. Hoe kon je die plek waar zoveel afschuwelijke dingen waren gebeurd en waar het zelfs nu nog niet rustig was, een plaats geven?
Ze voelde soms dat de zweer in haar borst op het punt stond te ontploffen zoals een bermbom, zinloos en zonder enige controle. De vrouw had op een ochtend aan de verpleegkundige gevraagd de afdelingsdeur te openen en haar plechtig beloofd dat ze alleen even naar de winkel in de hal zou gaan. Ze wilde ontsnappen, omdat ze toen nog had gedacht dat haar verwarring zou oplossen in de buitenlucht. Maar ze vergiste zich, want eenmaal buiten ontstond er een hard en dreigend geluid in haar hoofd en moest ze onmiddellijk terug naar de afdeling. Ze was doodmoe en schreef op een vel maagdelijk wit papier het woord “noodlot”, voordat ze in bed stapte om uren lang naar het plafond te staren.

Ze heeft nog even vast geslapen en wordt gewekt door de bel van de voordeur. Ze vergeet te vragen wie haar zo vroeg komt storen en drukt op de knop die zoemend de deur opent. En daarna is ze binnen vijf minuten radeloos en weet niet waar ze het zoeken moet. De agenten blijven nog ruim een half uur bij haar, nadat ze haar hebben verteld dat haar broer dood is. Hij is met zijn motor in een slip geraakt en tegen een lichtmast opgereden. De vrouw gelooft het niet. Ze wil deze dag toch gebruiken om zich met hem te verzoenen. Ze heeft zich vast voorgenomen hem aan het lachen te maken. Alles zal vandaag veranderen en hij zal net zo opgelucht zijn als zijzelf.
Maar dan zegt de oudste agent iets wat hij niet had moeten zeggen:”Zijn lichaam is naar het ziekenhuis gebracht en wij hebben uw ouders beloofd dat we u zouden meenemen.”
De jonge vrouw die hier niet op voorbereid is, ziet opeens een totaal verkeerd beeld van het broertje waar ze zo dol op is. Hij ligt languit met gesloten ogen, doodsbleek en in shock op een brancard. En overal is bloed.
Ze wankelt en zegt met een krachtinspanning die haar nog net overeind houdt: “Gaan jullie maar, ik ga me even douchen en kom dan naar het ziekenhuis.”
Als ze weer alleen is loopt ze naar het boekenrek en haalt achter een rij detectives haar pistool tevoorschijn. Ze herinnert zich opeens haarscherp dat ze ongeveer een jaar geleden naar België is gereden. Ze had in Gent het wapen gekocht en zich een stuk beter gevoeld. Een soldaat behoort zich te bewapenen; het gevaar ligt immers overal op de loer. Zij is een goede schutter, vaak de beste op de schietbaan, en het wordt tijd om dit glanzend nieuwe, ongebruikte pistool te laden. Dan doet ze eindelijk weer eens iets waar ze voor is opgeleid.
En vier minuten later, wanneer de geluiden van een nieuwe dag totaal aan haar voorbijgaan, steekt ze de loop in haar mond en haalt de trekker over.

Ciska Baar

Ciska is 69 jaar. Ze was manager bij de Thuiszorg en is momenteel gepensioneerd. Ze schrijft al tien jaar in het verleden, maar dankzij Quillers is ze geraakt door de kracht van het korte verhaal in het heden.



Bezoekersreacties:
pop (59) op 10 januari 2011:
Knap hoor Fransje, hoe jij gevoelens op papier kunt zetten. Dikke duim!! Liefs Pop

Maja Pereira (78) op 4 januari 2011:
Fransje Hoe bedenk je toch zo snel al die verhalen? Alweer zo'n boeiende! Geweldig spannend Sjapoo, liefs Maja.