|
(Voor Nederlands naar beneden scrollen)
Who is Eva Björg Ægisdóttir? Would you like to tell us something about yourself?
I’m an Icelandic crime writer from the small fishing town of Akranes. I’ve loved reading for as long as I can remember and after spending far too much time in the local library as a child, I realized I wanted to write a book myself. I didn’t know how to go about that, so I studied sociology and literature at university, and later globalization in Norway. I loved those studies, which probably explains why I’m always drawn to the way individual lives are shaped by larger forces such as communities, social expectations, and power structures. It turned out to be an excellent foundation for writing crime fiction. My novels are psychological in nature, where emotional truth matters just as much as the mystery.
Are you a full-time writer?
Yes, I am and I feel incredibly fortunate to be able to work as a full-time writer. Iceland has a very small population, so most writers rely on being published internationally. My books have now been translated into almost 30 languages, which makes it possible for me to focus entirely on writing. It’s my main work, although it never really feels like a job in the traditional sense.
Is the pen pal based on a real person, or purely from your imagination?
The story is completely fictional, but the dynamic itself is very real. When I was a child, I used to write to pen pals all the time, answering ads in the children’s section of the newspaper. Looking back now, especially as a parent, it feels almost strange. We constantly warn our children never to trust strangers online because anonymity can be dangerous, yet that same concern didn’t seem to exist when pen pals were popular. I became interested in how intimacy can form through writing and how that connection can be both comforting and potentially dangerous.
Are there characters or situations based on real people or experiences?
Not directly. I don’t base characters on specific real people, but emotions and situations often grow out of things I’ve observed or experienced myself like grief, obsession, shame, longing. Those feelings are transformed and heightened through fiction.
How does this book compare to your previous Icelandic murder series? Are there similarities or differences?
There are clear similarities in tone and atmosphere: quiet tension, small communities, and a strong psychological focus. But this book is much more inward-looking. It’s less concerned with police procedure and more focused on memory, identity, and unreliable narration. The story is told through two points of view, Marsí and her sister Stína, and the first-person perspective allows for much greater intimacy and depth of character. After writing several police procedurals with very different structures and perspectives, I had enormous fun working on this book. Writing from Marsí’s point of view gave me the freedom to stay entirely inside her head, to explore her thoughts and emotions closely, and to create a character deeply shaped by trauma and loss.
Do you prefer writing a series or a standalone novel? Why?
I enjoy both for different reasons. A series allows you to live with characters over time and deepen them gradually. A standalone offers more freedom, to take risks, break structure, and explore darker or more experimental ideas. This book needed to be a standalone.
Which authors do you admire, and do they influence your work?
I admire writers like Tana French and Gillian Flynn, authors who write crime fiction that is ultimately about people, not just puzzles. They’ve absolutely influenced me, particularly in their use of voice, psychology, and tension.
Which scenes were the hardest to write, and why?
The most difficult scenes were the ones that required emotional precision rather than action. It’s much harder to write what’s withheld than what’s revealed, and to trust the reader to sense the tension without being guided too clearly.
Did you know the ending from the start, or did it change while writing?
I never know the ending when I begin a book, and I usually start with only a very vague idea of where the story might go. That’s how I like to work, and I hope it helps make the stories less predictable. As I write, I often explore several possible paths and suspicious characters, and the ending usually starts to take shape around the middle. Sometimes an even better ending reveals itself later on. Characters often uncover truths you didn’t consciously plan and I try to listen when that happens.
How did you want readers to experience the tension between memory and reality?
I wanted readers to feel slightly unsettled, to question what they trust, not only in the narrator but in themselves. Memory is fragile, and reality is often shaped by what we think we know. A single event can change shape over time, depending on who experienced it. This fascinates me because our sense of self is built on memory and experience. If those memories are unreliable, then identity itself becomes unstable. I wanted that uncertainty to linger and make readers question how much of who we are is constructed rather than remembered.
What do you hope readers take away from Sleepless?
I hope they’re left reflecting on how stories, especially the ones we tell ourselves, can both protect us and trap us. And perhaps with a sense of unease that lingers a little longer than expected.
Do you already have ideas for your next book or series?
Yes, I do, but I’m still working out how I want to tell the story. I have a clear sense of the atmosphere and tone, but I’m still exploring the structure and events taking place.
If you could ask Marsí one question, what would it be?
I don’t think I would ask her anything; I’d rather tell her that she really should book an appointment with a psychologist.
Nederlandse vertaling
Wie is Eva Björg Ægisdóttir? Zou je ons iets over jezelf willen vertellen?
Ik ben een IJslandse misdaadauteur uit het kleine vissersdorp Akranes. Ik heb van lezen gehouden zolang ik me kan herinneren en nadat ik als kind veel te veel tijd in de lokale bibliotheek had doorgebracht, besefte ik dat ik zelf een boek wilde schrijven. Ik wist niet hoe ik dat moest aanpakken, dus studeerde ik sociologie en literatuur aan de universiteit, en later globalisering in Noorwegen. Ik hield van die studies, wat waarschijnlijk verklaart waarom ik altijd wordt aangetrokken tot de manier waarop individuele levens worden gevormd door grotere krachten zoals gemeenschappen, sociale verwachtingen en machtsstructuren. Het bleek een uitstekende basis te zijn voor het schrijven van misdaadliteratuur. Mijn romans zijn psychologisch van aard, waarbij emotionele waarheid net zo belangrijk is als de mysterie.
Ben je een fulltime schrijver?
Ja, en ik voel me ongelooflijk gelukkig dat ik als fulltime schrijver kan werken. IJsland heeft een zeer kleine bevolking, dus de meeste schrijvers zijn afhankelijk van internationale publicaties. Mijn boeken zijn inmiddels in bijna 30 talen vertaald, waardoor het voor mij mogelijk is om me volledig op het schrijven te concentreren. Het is mijn hoofdwerk, hoewel het nooit echt als een baan in de traditionele zin voelt.
Is de penvriend gebaseerd op een echt persoon, of puur op je verbeelding?
Het verhaal is volledig fictief, maar de dynamiek zelf is heel echt. Toen ik een kind was, schreef ik constant brieven naar penvrienden en reageerde ik op advertenties in de kinderpagina van de krant. Als ik er nu op terugkijk, vooral als ouder, voelt het bijna vreemd. We waarschuwen onze kinderen voortdurend om nooit vreemden online te vertrouwen omdat anonimiteit gevaarlijk kan zijn, terwijl diezelfde zorg niet leek te bestaan toen penvrienden populair waren. Ik raakte geïnteresseerd in hoe intimiteit kan ontstaan door schrijven en hoe die verbinding zowel troostend als potentieel gevaarlijk kan zijn.
Zijn er personages of situaties gebaseerd op echte mensen of ervaringen?
Niet rechtstreeks. Ik baseer personages niet op specifieke echte mensen, maar emoties en situaties ontstaan vaak uit dingen die ik zelf heb waargenomen of meegemaakt, zoals verdriet, obsessie, schaamte, verlangen. Die gevoelens worden door fictie getransformeerd en versterkt.
Hoe verhoudt dit boek zich tot je eerdere IJslandse moordserie? Zijn er overeenkomsten of verschillen?
Er zijn duidelijke overeenkomsten in toon en sfeer: stille spanning, kleine gemeenschappen en een sterke psychologische focus. Maar dit boek kijkt veel meer naar binnen. Het richt zich minder op politieprocedures en meer op geheugen, identiteit en onbetrouwbaar vertellen. Het verhaal wordt verteld vanuit twee gezichtspunten, Marsí en haar zus Stína, en het perspectief in de eerste persoon biedt veel meer intimiteit en diepgang van het karakter. Na het schrijven van verschillende politieromans met zeer uiteenlopende structuren en perspectieven, had ik enorm veel plezier met het werken aan dit boek. Schrijven vanuit Marsí’s perspectief gaf me de vrijheid om volledig in haar hoofd te blijven, haar gedachten en emoties nauwkeurig te verkennen en een personage te creëren dat diep gevormd is door trauma en verlies.
Schrijf je liever een serie of een losstaande roman? Waarom?
Ik geniet van beide om verschillende redenen. Een serie stelt je in staat om langere tijd met personages mee te leven en ze geleidelijk te verdiepen. Een losstaand boek biedt meer vrijheid, om risico's te nemen, structuur te doorbreken en donkerdere of meer experimentele ideeën te verkennen. Dit boek moest een losstaand werk zijn.
Welke auteurs bewonder je, en beïnvloeden zij je werk?
Ik bewonder schrijvers zoals Tana French en Gillian Flynn, auteurs die misdaadverhalen schrijven die uiteindelijk over mensen gaan, niet alleen over puzzels. Ze hebben me absoluut beïnvloed, vooral in hun gebruik van stem, psychologie en spanning.
Welke scènes waren het moeilijkst om te schrijven, en waarom?
De moeilijkste scènes waren degene die emotionele precisie vereisten in plaats van actie. Het is veel moeilijker om te schrijven wat wordt achtergehouden dan wat wordt onthuld, en om de lezer te vertrouwen dat hij de spanning aanvoelt zonder dat hij te duidelijk wordt gestuurd.
Wist je het einde vanaf het begin, of veranderde het tijdens het schrijven?
Ik weet nooit hoe een boek zal eindigen wanneer ik begin, en meestal start ik met slechts een vaag idee van waar het verhaal naartoe kan gaan. Zo werk ik graag, en ik hoop dat het de verhalen minder voorspelbaar maakt. Terwijl ik schrijf, onderzoek ik vaak verschillende mogelijke paden en verdachte personages, en meestal begint het einde zich halverwege te vormen. Soms onthult zich later een nog beter einde. Personages ontdekken vaak waarheden die je niet bewust had gepland, en ik probeer te luisteren wanneer dat gebeurt.
Hoe wilde je dat lezers de spanning tussen herinnering en werkelijkheid zouden ervaren?
Ik wilde dat lezers zich een beetje onrustig zouden voelen, dat ze zich zouden afvragen wat ze vertrouwen, niet alleen in de verteller maar ook in zichzelf. Geheugen is kwetsbaar, en de realiteit wordt vaak gevormd door wat we denken te weten. Een enkel voorval kan in de loop van de tijd van vorm veranderen, afhankelijk van wie het heeft meegemaakt. Dit fascineert mij omdat ons gevoel van zelf is gebouwd op herinnering en ervaring. Als die herinneringen onbetrouwbaar zijn, wordt de identiteit zelf instabiel. Ik wilde dat die onzekerheid zou blijven hangen en lezers zou doen twijfelen aan hoeveel van wie we zijn geconstrueerd is in plaats van herinnerd.
Wat hoop je dat lezers meenemen uit Slapeloos?
Ik hoop dat ze blijven nadenken over hoe verhalen, vooral de verhalen die we onszelf vertellen, ons zowel kunnen beschermen als gevangen houden. En misschien met een gevoel van ongemak dat iets langer aanhoudt dan verwacht.
Heb je al ideeën voor je volgende boek of serie?
Ja, dat wel, maar ik ben nog steeds aan het uitzoeken hoe ik het verhaal wil vertellen. Ik heb een duidelijk gevoel bij de sfeer en toon, maar ik ben nog steeds aan het onderzoeken hoe de structuur en de gebeurtenissen zullen verlopen.
Als je Marsí één vraag zou kunnen stellen, wat zou dat dan zijn?
Ik denk niet dat ik haar iets zou vragen; ik zou haar liever vertellen dat ze echt een afspraak bij een psycholoog moet maken.
Eline Van Der Meulen
Bezoekersreacties:
|